Zomerakkoord

01/08/2017

Beste klant,

Afgelopen week bereikte de federale regering eindelijk een akkoord over de verlaging van het tarief in de vennootschapsbelasting, maatregelen voor een rechtvaardigere fiscaliteit en een aantal sociaaleconomische hervormingen.

Een overzicht van de fiscale maatregelen op basis van de informatie die momenteel beschikbaar zijn de volgende: 

De hervormingsoperatie vennootschapsbelasting verloopt in twee fasen: inkomstenjaar 2018 en inkomstenjaar 2020.


FASE 1: 2018

1. Tariefdaling
Vanaf inkomstenjaar 2018 is er een tariefverlaging in de vennootschapsbelasting:
- basistarief verlaging van 33,99% naar 29,58 %
- verlaagd tarief van 20,4% op de eerste schijf belastbare grondslag tot 100.000 EUR voor KMO vennootschappen (art 15 W Venn). Dit verlaagd tarief is ook geldig voor KMO's met een belastbare winst van meer dan 100.000 EUR en wordt op het eerste stuk van de winst het verlaagd tarief toegepast en op het deel boven 100.000 EUR wordt dit belast aan het gewoon tarief.

2. Definitie kleine vennootschappen vanaf 2018
De definitie van kleine vennootschappen wordt vanaf 2018 ook gebruikt als voorwaarde voor het verlaagd tarief. Dit zijn vennootschappen die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijven:
* jaargemiddelde personeelsbestand 50
* jaaromzet exclusief BTW: 9.000.000 EUR
* balanstotaal: 4.500.000 EUR
Vennootschappen zullen ook niet langer het verlaagd tarief verliezen omdat ze meer dan 13% van het gestort kapitaal aan dividenden uitkeren.


3. Schrapping van 0,4% tarief
Vanaf 2018 wordt het minimumtarief van 0,4% op meerwaarden op aandelen gerealiseerd door grote vennootschappen afgeschaft.

4. Verhoging investeringsaftrek van 20%
Voor nieuwe investeringen gedaan vanaf januari 2018 wordt de eenmalige investeringsaftrek van 8% tijdelijk (voor 2 jaar) verhoogd naar 20%.  Het 20% tarief geldt zowel voor kleine vennootschappen,  voor eenmanszaken en vrije beroepers in de personenbelasting.

5. Groeibedrijven
Vanaf 2018 wordt er een belastingvermindering tax shelter ( 30% of 45%) niet enkel toegekend aan startende ondernemingen maar ook aan particulieren die investeren in groeibedrijven.

6. Eenmanszaken
Vanaf 2018 komen er maatregelen om de fiscale nadelen weg te werken tussen zelfstandigen en vennootschappen:
- stopzettingsregime: in de personenbelasting daalt de belasting op stopzettingsmeerwaarden
- kostenforfait zoals voor werkenmers
- aftrekbaarheid van autokosten: ook in de personenbelasting worden autokosten voor zelfstandigen met een éénmanszaak aftrekbaar gemaakt in functie van hun CO2 uitstoot zoals voor vennootschappen ipv het huidige 75%
- de éénmalige investeringsaftrek stijgt van 8% naar 20%

7. Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing
Vanaf 2018 zal de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor wetenschappelijk onderzoek uitgebreid worden.

8. Vrijstelling van meerwaarde op aandelen conform DBI voorwaarde
Vanaf 2018 zullen meerwaarden op aandelen maar vrijgesteld worden van vennootschapsbelasting indien er ook voldaan is aan de zgn. participatievoorwaarde namelijk de participatie moet minstens 10% in het kapitaal bedragen ofwel een aanschaffingswaarde van minstens 2,5 miljoen EUR bedragen.

9. Bestrijden van vervennootschappelijking
In 2018 wordt de minimale bedrijfsleidersbezoldiging (art. 215, derde lid, 4° WIB 92) verhoogd van 36.000€ naar 45.000€ als één van de voorwaarden voor het verlaagd KMO-tarief tenzij in de volgende uitzonderingssituaties:
- indien de belastbare winst < 45.000€, dan moet de minimale bedrijfsleidersbezoldiging minstens gelijk zijn aan het belastbaar resultaat van de vennootschap
- startende ondernemingen (gedurende hun eerste 4 boekjaren)

Vanaf 2018 wordt een bijzondere aanslag van 10% opgelegd voor elke vennootschap die geen of te weinig bedrijfsleidersbezoldiging uitkeert, behalve voor de startende ondernemingen. Deze bijzondere aanslag is aftrekbaar als beroepskost. Het criterium “geen of te weinig bedrijfsleidersbezoldiging” wordt getoetst aan de verhoogde bezoldigingsregel van 45.000€ tenzij de belastbare winst lager ligt. De 10% aanslag wordt berekend op het tekort aan bezoldiging. Stel dat een vennootschap 20.000€ bezoldiging toekent aan een bedrijfsleider terwijl dit 45.000€ had moeten bedragen, dan betaalt deze vennootschap als sanctie een bijkomende belasting van 2500€, nl. (45.000 – 20.000) x10 %.

10. Notionele intrestaftrek
Vanaf 2018 zal de notionele intrestaftrek niet meer toegekend worden op basis van het totale bedrag aan eigen vermogen maar op basis van de aangroei van het eigen vermogen, het zgn. “incrementeel” eigen vermogen. Elke toename van het eigen vermogen zal gesplitst worden over 5 jaar.

11. Investeringsreserve
De investeringsreserve dooft uit. De investeringsreserve die je aanlegt is een investeringsbelofte die je aangaat waarin je belooft om binnen de 3 jaar (inclusief het jaar waarin de investeringsreserve wordt aangelegd) een investering uit te voeren van minimaal dat aangelegde bedrag. De investering moet gebeuren in nieuwe en afschrijfbare activa. Er mag maximaal 18750 euro aan investeringsreserve per belastbaar tijdperk worden aangelegd en het bedrag mag niet meer bedragen dan 50% van het belastbare gereserveerde resultaat. Dit zal dus verdwijnen.

12. Minimumwinstbelasting
Vanaf 2018 komt er een zgn. minimumwinstbelasting. Alle vennootschappen (KMO en niet-KMO) die meer dan 1 miljoen EUR belastbare winst maken zullen niet langer onbeperkt al hun fiscale aftrekken kunnen gebruiken om daarmee hun belastbare basis weg te werken. Met deze aftrekbeperking worden volgende fiscale aftrekken geviseerd: vorige verliezen, overgedragen DBI, overgedragen aftrek voor innovatie inkomsten, overgedragen NIA en de nieuwe zgn. “incrementele” NIA. Deze aftrekposten zullen elk jaar beperkt worden. Het deel winst boven 1.000.000€ kan maximum met 70% van de winst boven 1.000.000€ verminderd worden door fiscale aftrekken. Daardoor blijft 30% van het deel winst > 1.000.000€ over waarop het nominale tarief van de vennootschapsbelasting verschuldigd is.  Niet-KMO vennootschappen die hun fiscale aftrekposten optimaal gebruiken zullen op de winst boven 1.000.000 EUR bijgevolg vanaf 2018 altijd (30% x 29,58%) betalen en vanaf 2020 altijd 7,5% vennootschapsbelasting betalen (30% x 25% = 7,5%). Eén uitzondering op deze regel blijft bestaan voor investeringen en innovatie. Daarmee wil de regering innovatie ondersteunen en ondernemingen stimuleren om te investeren. De KMO insteek van de hervorming wordt hiermee in de verf gezet.

13. Roerende voorheffing op kapitaalvermindering
Wanneer een vennootschap haar gestort kapitaal vermindert en zij eveneens beschikt over belaste reserves (al dan niet geïncorporeerd in het kapitaal) dan zal de kapitaalvermindering niet meer integraal op het gestort kapitaal aangerekend kunnen worden. De vennootschap wordt dan geacht pro rata kapitaal en reserves uit te keren waardoor er roerende voorheffing verschuldigd is op het gedeelte van de uitgekeerde reserves.

14. Belasting op supplement bij controle
Vanaf 2018 zal er altijd vennootschapsbelasting verschuldigd zijn op de inkomstenverhoging naar aanleiding van een controle. Het supplement wordt in de aftrekbeperking opgenomen. Hiermee wil de regering foutieve aangiftes van vennootschappen met verlies of een teveel aan fiscale aftrekken ontraden.

15. Sancties bij niet-aangifte vennootschapsbelasting
Vanaf 2018 komt er een stapsgewijze verhoging van de minimum belastbare winst van 19.000 tot 40.000€ als sanctie bij niet-indiening van de aangifte vennootschapsbelasting.

16. Verhoging basisrentevoet bij voorafbetalingen
De basisrentevoet bepaalt het percentage van de belastingvermeerdering indien geen voorafbetalingen worden uitgevoerd. Dit percentage wordt verhoogd van 1% naar 3%.

17. Geen aftrek meer van vooruitbetaalde kosten
Vanaf 2018 zijn vooruitbetaalde kosten niet meer integraal aftrekbaar in het jaar van hun vooruitbetaling maar enkel voor het gedeelte dat betrekking heeft op dat jaar zelf conform de boekhoudwet.  Op die manier wil de regering de mogelijkheid vermijden om “vooruitbetaalde kosten” integraal af te trekken in het jaar van de betaling.

18. Voorzieningen
Enkele voorzieningen die voortvloeien uit een op balansdatum bestaande verplichting zijn voortaan vrijgesteld.

19. Taxatie van meerwaarde
Wanneer een vennootschap gerealiseerde meerwaarden vrijstelt van vennootschapsbelasting tegen het huidige hoge vennootschapstarief en op termijn niet tijdig wederbelegt, dan zal die meerwaarde niet belast worden aan de ondertussen verlaagde tarieven maar aan het “oude” belastingtarief. Op die manier wil de regering vermijden dat vennootschappen misbruik maken van de techniek van gespreide taxatie louter en alleen omwille van de tariefdaling.

20. Inschakelingsbedrijven: geen dubbele vrijstelling & beperken winstvrijstelling
Inschakelingsbedrijven kunnen momenteel hun belastbare winstaangroei vrijstellen in combinatie met vrijstelling voor de ontvangen gewestelijke tewerkstellings- en beroepsoverstappremies (art. 193bis WIB 92). Deze combinatie heeft een tijdelijk dubbele vrijstelling tot gevolg. Vanaf 2018 wil de regering deze dubbele vrijstelling wegwerken alsook de algemene winstvrijstelling beperken.

21. Moratorium en nalatigheidsintresten
Vanaf 2018 worden de moratoriuminteresten gekoppeld aan de OLO en bedragen ze voortaan minimum 2%. De nalatigheidsinteresten zullen steeds 2% hoger liggen dan de moratoriuminteresten.

22. Aftrekbeperking van bepaalde uitgaven
Een aantal kosten moeten in de toekomst volledig in verworpen uitgaven van de vennootschap worden opgenomen, zoals niet aftrekbare boetes en niet-aftrekbare belastingen en geheime commissielonen. Het systeem van de aftrek van autokosten ondergaat een face lift met gewijzigde parameters voor de aftrekbaarheid en een maximum van 100%.

23. Wijzigingen personenbelasting
- taks op effectenrekeningen van 0,15%. De eerste 500.000 EUR wordt vrijgesteld
- vrijstelling voor dividenden op aandelen. De vrijstelling van 30% roerende voorheffing geldt voor de eerste 627 EUR dividenduitkering.
- vrijstelling op intresten op spaargelden daalt van 1.880 EUR naar 940 EUR
- pensioensparen: keuze tussen huidig stelsel 30% belastingvermindering op 940 EUR of nieuw stelsel 25% belastingvermindering op 1.200 EUR
- bedragen van de forfaitaire beroepskosten in de personenbelasting worden geharmoniseerd en progressief uitgebreid in het voordeel van de zelfstandigen
- tot 500 EUR per maand kan worden bijgeklust vrij van belasting en sociale bijdragen. Werknemers en zelfstandigen die reeds een hoofdjob hebben moeten wel minstens 4/5e tewerkstelling hebben.

24. BTW onroerende verhuur
De onroerende verhuur is in de regel vrijgesteld van btw. De regering wil nu de mogelijkheid voorzien om de terbeschikkingstelling van onroerende goederen aan de btw te onderwerpen. Dit moet investeerders de kans geven om de btw die zij betalen op hun investeringskosten te recupereren. Het is nog wachten op de concrete teksten.

25. Andere sociale maatregelen
- fle-jobs worden uitgebreid naar zelfstandige kleinhandel, kleinhandel in voedingswaren, grote kleinhandelszaken en warenhuizen. Ook gepensioneerden kunnen er beroep op doen en de landbouwsector blijft uitgesloten
- nachtarbeid en zondagswerk voor e-commerce sector wordt soepelder
-  uitzonderingen worden toegestaan op verbod om op zondag te werken voor minderjarige studenten
- herinvoering proefperiode
- aanmoediging startersbanen door sociale lastenverlaging voor werknemers tussen 18 en 21 jaar
- lastenverlaging in de bouwsector
- bedrijven worden financieel gestimuleerd om oudere werknemers actief te houden tot aan de pensioensleeftijd. De werknemer kan ook deeltijds op pensioen gaan maar voor het gedeelte dat hij blijft werken, worden bijkomende pensioenrechten opgebouwd
- verhoging minimumpensioen voor volledige loopbaan met 0,7%
- verbetering sociaal statuut zelfstandige: bij ziekte langer dan 2 weken kan je een ziekte-uitkering krijgen. De minimum ziekteperiode bedraagt nu 4 weken
- vermindering sociale bijdragen voor startende zelfstandigen in hoofdberoep voor de eerste twee jaar.


FASE 2: 2020

1. Verdere daling van het basistarief vennootschapsbelasting
Vanaf 2020 daalt het basistarief van 29% naar 25%. Het KMO-tarief van 20% blijft behouden voor de eerste schijf belastbare grondslag tot 100.000 EUR.

2. Afschaffing crisisbijdrage
Vanaf 2020 wordt voor alle vennootschappen de 2% crisisbijdrage volledig afgeschaft.

3. Fiscale consolidatie
Vanaf 2020 zal ook het principe van fiscale consolidatie doorgevoerd worden. Binnen een groep zullen dan de winsten en de verliezen van verschillende dochterbedrijven in ons land samengeteld worden zodat de groep enkel op het totale winstbedrag belasting verschuldigd is. Fiscale consolidatie is alvast een historische maatregel. Tot nu toe is België één van de weinige landen waar een moederbedrijf de verliezen van haar dochter nog niet in mindering kon brengen van haar eigen winst.

4. Beperking aftrekbaarheid van intresten op vreemd vermogen

5. Verstrenging verliezen van buitenlandse vaste inrichtingen.
De regels voor de aftrek van verliezen geleden door buitenlandse vaste inrichting(en) worden strenger. Bovendien moet de vaste inrichtingsproblematiek een meer economische invulling krijgen.

6. Het degressief afschrijvingsstelsel wordt opgeheven vanaf 2020. Bovendien zouden KMO's verplicht worden om pro rata temporis af te schrijven.

7. Aftrekbeperking van bijzondere uitgaven: niet aftrekbare boetes, niet-aftrekbare belastingen, geheime commissielonen, hervorming van autokosten enz

Wij hopen dat u langs deze weg meer duidelijkheid heeft gekregen.

Gelieve met uw dossierbeheerder contact op te nemen om te bespreken wat de gevolgen kunnen zijn voor uw situatie.

Met vriendelijke groeten

Rens Accountants

Please reload